Home » Fiction

Warning

This story is rated «NC-17», and carries the warnings «abuse, rape (misbruik, verkrachting)».
Since you have switched on the adult content filter, this story is hidden. To read this story, you have to switch off the adult content filter. [what's this?]

Remember that whether you have the adult content filter switched on or off, this is always an adults only site.

Nadreqze, of de liefde van een man en een elf (NC-17) nl Print

Written by Eve

30 June 2010 | 38928 words

Title: Nadreqze, of de liefde van een man en een elf
Author: Eve
Rating: NC-17
Pairing(s): Faramir & Haldir, Orcs, Beasts, Monsters, and other creatures, Denethor, Boromir
Warnings: abuse, rape (misbruik, verkrachting)

Faramir heeft in drie dagen zoveel meegemaakt dat hij niet meer wil leven. Als een gebroken man wordt hij midden in de nacht voor de muur van Gondor gegooid. Verborgen in zijn eigen vertrek krijgt hij te maken met een onverwachte loge, een elf, die wil dat hij in leven blijft. Zullen ze de weg naar leven en genezing kunnen vinden?
(Faramir’s life changes completely within three days. He has suffered so much… As a broken man he is thrown in front of Gondor’s walls. Hiding in his chamber he meets an elf who wants him to stay alive. Can they find a way to life and healing?)


[ all pages ]

Hoofdstuk 1

Een opvallende verschijning loopt het Huis van Gondor binnen, een prachtige, mannelijke elf in een aureool van lange, gouden haren. Met licht wapperende gewaden en een stevige tred maakt de elf zijn entree. De bedienden buigen bijna automatisch voor hem en het eveneens mooie tweetal dat naast hem loopt. Een wachter roept: “Haldir, komend vanuit Caras Galadhon, vergezeld door zijn broers Rúmil en Orophin, bewaarders van de grenzen van Lothlorien.”

In de grote en kale ruime loopt iemand hen tegemoet. Het is een grote man die echter klein lijkt als hij naast de elf komt te staan, zijn gelaat zoveel witter, zijn lippen smal. In tegenstelling tot Haldir heeft hij zijn schouders gebogen. Hij begint al van verre te spreken. Zijn stem klinkt voornaam en een beetje kil. “Moge u zich welkom voelen in onze witte stad, Minas Tirith, de stad met zeven verdiepingen, de grootste stad van Gondor, omgeven door de velden van Pelennor en de heilige berg Mindoluin.”

De wachter roept bijna automatisch: “Heer Denethor, de 26e en laatst regerende stadhouder van Gondor van het Huis van Hurin. Buig, aanwezigen, buig…” maar de stadhouder heft zijn arm om hem tot zwijgen te brengen. “Wat brengt u hier?”

“Wij zijn op doortocht,” klinkt de warme stem van Haldir. De elf kijkt Denethor recht aan en spreekt zijn woorden rustig uit. “Orks hebben tijdens de vorige maan onze grenzen aangevallen en onze grensbewakers hebben ze gevolgd. Hun terugtrekkende beweging bracht hen tot ver in Gondor. Wij komen om u hiervan op de hoogte te brengen en u onze diensten aan te bieden. Onze strijdmacht staat gereed om uw land te helpen verdedigen tegen een wellicht volgende poging van de Orks om gevechten uit te lokken en schade te berokkenen aan onschuldige burgers van Midden-Aarde.”

De ogen van Denethor knijpen zich tot spleetjes. “Orks. Mmmm. Dat is lang geleden.”

“Inderdaad. Het lijkt te ongeloofwaardig voor woorden en het spijt me dan ook te moeten berichten dat het op waarheid berust. Het onrustbarende is dat ze zich vooral lijken bezig te houden met het ontwrichten van het dagelijkse leven in deze onstabiele periode van vrede. Ze ontvoeren elfen, hobbits, mensen en andere vreedzame wezens van Midden-Aarde, houden ze vast, mishandelen ze op ondenkbare wijze en laten ze weer vrij. De toegebrachte schade is in lichamelijk opzicht gruwelijk maar vooral ook geestelijk zeer schokkend en van lange duur. Het lijkt alsof ze op deze wijze meer dan alleen een oorlog ontketenen. Ze ontwrichten onze wereld want wat ze aan de enkelen in ons midden doen, doen ze aan iedereen. Hun invloed breidt zich uit. We zullen…”

“Actie moeten ondernemen,” vult Denethor aan.

Haldir knikt en buigt lichtjes.

“U bent welkom,” zegt de stadhouder. “We zullen slaapvertrekken voor u in gereedheid brengen. Ervaart Minas Tirith als uw huis. U kunt baden en straks genieten van een goede maaltijd. Ik zal de koks laten weten dat er gasten zijn en ook mijn oudste zoon Boromir inlichten. Mijn jongste zoon is vier dagen geleden vertrokken voor een inspectie van de grensposten maar zal binnenkort weer aanwezig zijn. Morgen spreken we verder, dan zullen we onze tactieken bespreken en de krijgsmachten inlichten en inschakelen.”


De jonge man voelt het paard abrupt stoppen. Hij sist van pijn en bijt op zijn lippen. Dan voelt hij een duw, valt van de brede rug van het paard op de grond en schrikt van de onverwacht harde klap. De jonge man kreunt en probeert weg te kruipen. Er klinkt gelach, het geluid van paardenhoeven wordt zachter, de man is alleen. Bloed druppelt in het zand. De muren van Gondor zwijgen.


De logeerruimte is ruim met een hoog plafond en een vloer van steen, spaarzaam ingericht. Voor de grote ramen hangen dikke, rode gordijnen. Er branden kaarsen. Haldir loopt rond, bekijkt wat hij ziet en probeert de kilte te negeren. Hoe het kan dat mensen zo hoekig, zo vierkantig willen leven begrijpt hij niet. De elf mist de groene wereld van kronkelige takken en onverwacht zacht mos maar hij probeert er niet aan te denken, kijkt naar het wollen kleed op de vloer, voelt met zijn vingertoppen aan de stof van de gordijnen en concentreert zich op de warmte van het vuur in de open haard waar hij blijft staan. Hij kijkt in de vlammen die zijn gezicht een oranje gloed geven. Een klop op de deur doet hem opkijken.

“Kom je nog een glas wijn bij ons drinken?” vraagt Rúmil.

“Nee dank je, vanavond wil ik alleen zijn.”

Zijn elfenbroer knikt en sluit de deur. Haldir draait zich weer om naar het vuur en strekt zijn armen er naar uit.


Naar binnen, naar binnen, denkt de man en hij sluipt langs de schaduwen van de huizen – niemand mag hem zien, niemand, niemand mag hem ooit nog zien. Hij moet verdwijnen in de stilte van de droomloze slaap, hij moet zichzelf meenemen naar het land waar niemand meer kan komen. Zijn vader, zijn broer, hij moet iedereen de schaamte van zijn bestaan besparen. Hij wankelt en houdt zich vast aan de muren. Alles doet pijn aan hem, in hem, rondom hem. Hij glipt een deur binnen, kruipt half door de gangen, opent de deur van zijn eigen slaapvertrek, sluit de deur, opent de volgende in de hoek van het vertrek, sleept zichzelf naar binnen en doet de tweede deur op slot. Hier is het mes. Hier zal het einde zijn.


Het is nacht. Haldir schrikt op. Hij ligt in het vreemde bed met de koele lakens en hoekige vormen, kijkt even om zich heen, doorboort met zijn scherpe ogen de donkere kamer en laat zich weer achterover zakken. Dan hoort hij het opnieuw. Zijn gehoor laat hem nooit in de steek, hij weet het zeker. Vlakbij klinken de ingehouden snikken van een persoon die hoogstwaarschijnlijk mannelijk is, gezien het timbre van de vooralsnog verborgen stem. Haldir staat op en loopt naar een deur in de hoek van de kamer, duwt ertegen, voelt dat het niet meegeeft en gaat op de grond zitten.

“Wat is er aan de hand?” fluistert hij tegen het dikke hout van de deur. “Kan ik helpen?”

Het wordt stil. De ander bevindt zich vlak achter de gesloten deur. Haldir hoort dat de man zelfs zijn adem in houdt, zijn goed getrainde oren kunnen dat registreren, net als het feit dat het om een badkamer moet gaan. “Mijn naam is Haldir,“voegt hij toe. “Ik ben een elf. Ik ben gekomen om hulp te bieden. Ik doe niks tegen uw wil maar ik wil graag helpen.”

Het blijft stil. Haldir hoort de man slikken, hoort de smorende geluiden van iemand die zijn snikken probeert tegen te houden maar daar amper in slaagt. Hij kan de luchttrillingen voelen van het schokkende lichaam, hoort hoe de vingernagels zich in handpalmen boren.

“Huil maar, het is niet erg,” fluistert Haldir. “Ik begrijp het maar al te goed dat er soms gehuild moet worden. U hoeft zich nergens voor te schamen, ook ik moet af en toe mijn tranen laten gaan.”

“Maar u bent mij niet,” klinkt een stem, zacht. Het is inderdaad de stem van een jong volwassen man, dat hoort de elf nu duidelijk. “Het spijt me dat ik u wakker heb gemaakt, elf Haldir, ik wist niet dat we bezoek hadden. Ik zal zachter zijn. Gaat u alstublieft slapen, het is niet zo erg als u misschien denkt. Ik red me wel.”

Haldir haalt diep adem nu hij de stem herkent en weet wie er zich achter de kant van deze deur bevindt. Van alle mensen die hij heeft ontmoet zit hij hier naast de deur van de badkamer van Faramir, de jongste zoon van Denethor, de jongen die jaren geleden een onuitwisbare indruk op hem achterliet. Hij had zo gehoopt hem weer te ontmoeten. Hij had er jaren naar verlangd.

Haldir zag hem voor het eerst op het plein van de zevende verdieping, naast de witte boom, toen hij een ochtendwandeling aan het maken was. Twee mannen waren met elkaar aan het stoeien. Waarschijnlijk waren ze eerst aan het zwaardvechten geweest maar hun zwaarden lagen vergeten op de grond. Haldir herkende Boromir en wist dat de ander zijn broer moest zijn. Ze stonden lachend tegenover elkaar, hun haren alle kanten op, en in het zonlicht had hij hun vrolijkheid gezien, hun blijdschap met elkaar en dit moment. Boromir, de grootste van het tweetal, straalde. Hij was een en al enthousiasme en spierkracht, blakend van gezondheid. Faramir was tengerder, kleiner en rustiger van aard. De jongen, toen bijna volwassen, was mooi om te zien – zijn lichaam slank en gespierd, zijn ogen helder blauw – maar anders dan bij zijn grote broer het geval was, viel het niet onmiddellijk op. Het was in ieder geval niet zijn uiterlijke schoonheid waar Haldir later steeds opnieuw aan terug dacht, maar zijn innerlijke schoonheid, die door zijn zacht blauwe ogen, manier van spreken en houding naar voren kwam.

In de daarop volgende weken bleek Faramir intelligent te zijn, welbespraakt, geïnteresseerd in een veelheid aan onderwerpen en betrokken bij iedereen om zich heen. In zijn manier van bewegen, uiterlijk en handelen leek hij op een elf maar hij bezat de wijsheid die van de oude families van witte tovenaars afkomstig had kunnen zijn en droeg de natuurlijke vriendelijkheid van hobbits met zich mee. Haldir merkte dat de jongen hem had geraakt, hij had vaak over hem gedroomd. En nu ontmoet hij hem weer, vele jaren ouder, onnoembaar verdrietig en onbereikbaar.

“Faramir, ik herken je stem. Zou je de deur open willen doen? Dan kunnen we misschien even praten. Ik vind het fijn je weer te ontmoeten en ik wil ook graag zien wat ik voor je kan doen,” zegt Haldor met zachte stem.

Het is stil aan de andere kant.

“Alsjeblieft,” klinkt het gesmoorde antwoord, “ik… eh, ik schaam me zo, het spijt me, ik kan niet, ik, ik…”

“Wat is er gebeurd?”

“Ik ben, heb…” Het wordt stil. “Laat maar…”

Haldir hoort hoe Faramir’s hoofd zacht achterover leunt en tegen de muur blijft rusten. Zijn voeten bewegen even, er schuift iets over de grond, metaal over tegels. Er klinkt een klikkend geluid. Haldir gaat gelijk op zijn hurken voor de deur zitten. Faramir heeft een mes in zijn handen. Dit is ernstig. Met zoveel mogelijk vriendelijkheid in zijn stem begint hij tegen de dichte deur te praten. “Ik weet niet of je mij nog kent, maar ik heb je jaren geleden ontmoet. Ik weet nog goed hoe ik onder de indruk was van jou. Misschien heb je iets gedaan waarvoor je je schaamt, of is je iets overkomen dat schaamte oproept, maar wat het ook is, het zal mijn beeld van jou nooit wijzigen.”

Faramir zwijgt. Er klinkt een licht zoevend geluid van een door lucht snijdend mes. Misschien houdt hij het gedachteloos in zijn handen.

“Ik herinner het mij,” klinkt de stem van Faramir. “Je was het mooiste wezen dat ik ooit heb gezien. Ik zag je naast de witte boom op het plein en je haar glansde als een aureool, het was adembenemend. Ik zal het nooit vergeten.” Zachter: “Ik zal me nooit meer aan jou kunnen vertonen.”

“Faramir! Wat is er gebeurd dat woorden je niet meer bereiken?”

Een snik, een hardere zwiep met het mes, een verkramping in zijn voeten, het duwen van zijn hoofd tegen de tegels, een korte bonk: “O je zult je generen voor mij, Haldir, je zult mijn schaamte delen. Wat ik heb meegemaakt en gedaan… het is te walgelijk voor woorden… ik ben niet langer de jongen die je ooit zag. Ik ben goor, onrein, ik ben bezoedeld door de donkerste lagen van mijn eigen wezen. Ik, ik kan hier niet blijven. Ik moet…”

“Geen zelfmoord plegen. Doe dat niet, alsjeblieft.”

Faramir zwijgt. Haldir hoort hoe zijn lichaam verstijfd. De elf leunt met zijn rug tegen de muur en sluit zijn ogen. Dit is te ernstig. Hoeveel tijd heeft hij nog? Faramir’s stem komt van te diep, klinkt rauw en oprecht. Hij zou de deur kunnen forceren maar hij is hier te gast en zolang het niet hoeft kiest hij er liever niet voor. Hij zou hulp kunnen halen maar de kans dat Faramir zichzelf in de tussentijd zal doden is reëel. Onwillekeurig schudt hij zijn hoofd. Hij weet wat hij moet doen.

Hij gaat op zijn hurken voor de deur zitten en bukt zich tot zijn neus lichtjes de grond raakt. Hij snuift de lucht onder de deur van de badkamer naar binnen. Het is zoals hij vreesde. Nadreqze. Wat er ook is gebeurd, Faramir is in ernstige mate bedwelmd geweest en moet nog steeds de gevolgen van dit gevaarlijke kruid ondervinden. Wie heeft hem toegetakeld – de voor mensenoren onhoorbare geluiden vertellen over pijn -, wie heeft hem met Nadreqze bedwelmd terwijl het gebruik van dit kruid in Gondor ten strengste verboden is? Hij moet het weten. Faramir zal hem niets vertellen. Hij heeft geen andere keus.

Haldir maakt zijn hoofd leeg en spreekt zichzelf toe. Voel de aanwezigheid van wat nodig is, laat de voorouderen tot mij spreken indien ze me wensen te informeren. Laat mij het witte licht en het heilige weten kunnen ontvangen opdat ze sterker wordt, groeit en alle wezens kan voeden. Hij gaat in kleermakerszit zitten en sluit zijn ogen.

Zijn adem stokt. Zijn grote handen knijpen zich tot vuisten en op zijn serene gezicht verschijnt een uitdrukking van afschuw en angst. Hij ademt gejaagd.

NB Het is niet toegestaan dit verhaal (in originele versie of als vertaling) verder te verspreiden (incl. via email) zonder toestemming van de auteur. [ meer info ]
NB: Please do not distribute (by any means, including email) or repost this story (including translations) without the author's prior permission. [ more ]

Enjoyed this story? Then be sure to let the author know by posting a comment at http://www.faramirfiction.com/Fiction/nadreqze-of-de-liefde-van-een-man-en-een-elf. Positive feedback is what keeps authors writing more stories!



Thank the author

The following people read the story, enjoyed it, and would like to thank the author:

  [ what's this? ]

View all recent Thanks


1 Comment(s)


NB: Comments span all chapters and may contain spoilers!

anyone know if there is a way to translate into English or Spanish?

Waterwolf--
To translate, try the little flag buttons in the right side menu, under 'Translate'. Those will sent you to Google's translating engine. Alternatively, you could try Yahoo or Microsoft.
-the archivist
— waterwolf    1 July 2010, 02:51    #

Subscribe to comments | Get comments by email | View all recent comments


Comment

  Rules & Help

All fields except 'Web' are required.
Your email address will NOT be displayed publicly. It will only be sent to the author so she (he) can reply to your comment in private. If you want to keep track of comments on this article, you can subscribe to its comments feed.